Alle artikelen
Op de piste5 oktober 20263 min lezen

Pistekleuren: wat blauw, rood en zwart betekenen

Een blauwe piste in Oostenrijk kan steiler zijn dan een rode in Frankrijk. De kleuren zijn een richting en geen norm. Dit is wat ze zeggen, wat ze niet zeggen, en waar je per land op let.

De kleuren in Europa

In de Alpen kom je vier kleuren tegen, en ze lopen van makkelijk naar moeilijk. Wat precies waar begint, bepaalt elk skigebied zelf.

  • Groen: heel flauw, bedoeld om te leren. Vooral in Frankrijk, en in Oostenrijk en Zwitserland vrijwel afwezig.
  • Blauw: rustig, breed en goed geprepareerd. Als vuistregel niet steiler dan ongeveer vijfentwintig procent.
  • Rood: steiler, soms smaller, en vaker hard of bultig aan het eind van de dag. Tot ongeveer veertig procent.
  • Zwart: steil, en alles wat daarboven komt. Hier staat geen bovengrens op.

Waarom hetzelfde blauw niet overal hetzelfde is

De indeling is niet internationaal vastgelegd. Een gebied kijkt naar de steilste passage, naar de breedte en naar wat gebruikelijk is in de buurt. Een klein gebied met weinig steile hellingen noemt zijn steilste piste al snel zwart, terwijl diezelfde helling in een groot gebied rood heet.

Kijk dus niet alleen naar de kleur maar ook naar de hoogtemeters en naar waar de piste uitkomt. Een lange rode die halverwege smal wordt, is vervelender dan een korte zwarte met een brede uitloop.

Noord-Amerika werkt met vormen

In de Verenigde Staten en Canada staat er een vorm bij de kleur, en die indeling geldt alleen binnen dat gebied zelf.

  • Groene cirkel: makkelijk, vergelijkbaar met groen en rustig blauw.
  • Blauw vierkant: gemiddeld, ongeveer onze rode piste.
  • Zwarte ruit: moeilijk, en de dubbele zwarte ruit is echt steil terrein.
  • Oranje of geel: terreinpark, met schansen en rails.

Geel, oranje en gestippeld: niet geprepareerd

Naast de gewone pistes staan er routes op de kaart die wel gemarkeerd zijn maar niet worden geprepareerd en soms niet worden gecontroleerd. In Oostenrijk heten ze skirouten, in Frankrijk itinéraires, in Zwitserland zijn het de gele routes.

Ze zijn niet per se steiler, maar je kunt er in zware sneeuw, over stenen of in een bult terechtkomen, en er rijdt aan het eind van de dag geen piepende pistenbully langs om te kijken of je er nog bent. Ga er niet alleen heen, en kijk eerst naar het lawinebericht.

Hoe je een dag indeelt

Begin blauw, ook als je beter kunt. De eerste afdaling is om je benen en je materiaal wakker te maken, niet om iets te bewijzen. Rode pistes zijn in de ochtend op hun mooist, als ze nog glad liggen; zwarte zijn na een uur of drie het zwaarst, want dan staan de bulten er.

Kom je er met je kinderen, kijk dan naar de rode stukken in de route terug naar het dal. Dat is bijna altijd waar het misgaat: niet omdat het te steil is, maar omdat iedereen moe is.

Wat het voor je materiaal betekent

Hoe steiler en harder de piste, hoe meer je op je kanten staat. Op een blauwe piste merk je een botte kant nauwelijks, op een rode in de ochtend meteen. Laat je ski's dus slijpen voordat je gaat, zeker als je weet dat je in een gebied komt waar het vaak hard is.

Kanten laten slijpen

En de regels op de piste

De pistekleuren zeggen iets over de helling, niet over wie er voorrang heeft. Dat doen de FIS-regels, en de belangrijkste is deze: wie van boven komt, moet uitwijken. Stop nooit onder een bult of net achter een bocht, en kijk om voordat je invoegt.

Goed voorbereid de berg op

Scherpe kanten en een gewaxte zool maken op elke kleur verschil. Breng je ski's langs, dan staan ze binnen een week klaar.

Naar waxen en slijpen